Waarheid911 Special
Geplaatst op 16 april 2008

 
Zoek op web Zoek op deze site

Artikelen over complotdenken op deze site:
De Rede
Onverwoestbaar tot waar het kansloos is
         
Frank Ho, Email
Als kind woonde ik in het huis van mijn grootvader. Hij was een man van kalmte. Niet zonder bevlogenheid, maar vooral toch behoedzaam en waarnemend.
Saai, zou je denken, voor een kind, maar niets was minder waar. In die kalme behoedzaamheid leek een diepte verscholen, een gelaagdheid van stuk voor stuk zinvolle betekenissen waarin ieder antwoord besloten lag. Zag ik hem met bekenden, dan namen zij die moeilijk te peilen rust vanzelf van hem over. Zonder noodzaak en zonder pretenties.
    
DE ONVERWOESTBARE REDE

   
En zo leerde ik dat de wereld van de volwassen mens er één moest zijn van grote orde, waarin de rede haar voornaamste zetel had.
Natuurlijk drong buiten de veiligheid van dit huiselijk domein ook een andere wereld door, waarin wanorde en redeloosheid zichtbaar werden. Toch bleef dat een verre wereld. In onbekendheid even ongrijpbaar als verontrustend.
In mijn klein universum groeide de overtuiging dat bij elk probleem tussen mensen de rede als vanzelf werd aangesproken, zodat misverstanden bij de basis werden rechtgezet.
       
De vraag waar de rede voor stond was mij als kind glashelder. Eerste twijfel ontstond toen geleidelijk aan duidelijk werd dat het gewone kennelijk zo universeel niet was. Je hoefde daarvoor de TV maar aan te zetten. Hoe kon het bestaan dat mensen schreeuwen, elkaar aanvliegen en tot wederzijds verdriet elkaar de hersens in slaan?
De voor de hand liggende orde van thuis veranderde langzaam in een raadsel. Nog tientallen jaren zou het duren voordat ook met het brein van de volwassene iets van die prilste zekerheid begrepen zou worden.
    
Het leek zo perfect geregeld. Wanneer twee partijen de wezenlijke situatie achter een opdoemend conflict achterhalen, iets waarvoor ze elkaar nodig hebben, hoe zou dan van enig conflict nog sprake kunnen zijn? Het kwam er op neer dat mensen zich via de rede naar elke oplossing konden toewerken, omdat de rede naar waarheid leidt en omdat waarheid nu eenmaal ieders ijkpunt is.
"Rede als hoogste trap van het begripsvermogen, het vermogen om de wezenlijke samenhang van de dingen in de geest te kennen", geeft Van Dale als voorbeeld.
En de wezenlijke samenhang achter het ding is - zodra het gekend wordt - nu eenmaal wat het is. Een voldongenheid die van misverstand en illusies is ontdaan.

DE WANKELE REDE
   
Zelfs als de westerse cultuur is gegrondvest op de rede, dan nog vraagt het geen brevet om in te zien dat ook de overgewaardeerde westerse cultuur verzadigd is van uitingen van redeloosheid. Ja, zelfs als we alle import en niet westerse culturen eruit zouden gooien, zelfs als geen enkel excuus meer resteert, dan nog is het de redeloosheid die in hoge mate regeert.
    
Vergelijk het met die ene procent van de mensheid die steelt en plundert zodra het een kans ziet. Dat is een minieme minderheid die maakt dat op elke deur een slot zit.
Het risico dat ons groot of klein leed zal overkomen ligt in praktijk onder voortdurend mediatoezicht. Iedere categorie waarbij de statistiek uit de rails loopt, van voetbalsupporter tot groepen buitenlanders, wordt vanzelf met de gemeten risico's geassocieerd. Ook al tonen individuele leden van een bij naam genoemde risicogroep in meerderheid nog zulk goed burgerschap, voor de kille lijnen van de statistiek maakt dat niets uit. Hetzelfde gaat op voor de beeldvorming. Negativiteit overheerst alles.

Het volwassen worden lijkt soms meer op een proces van stalen en afstompen, dan van leren en communiceren. Zonder een scherp instinct voor de dierlijke kant van het gedomesticeerde menswezen lijkt de mens kansloos, als men tenminste niet door zijn milieu beschermd wordt.


Met deze kennis op zak bleef de rede voor mij niettemin schijnen als een zon die alles verlicht. Een bron waarmee elke waarheid kan worden blootgelegd, ook die van de mensen en hun complexe relaties, zolang er tenminste op die rede een beroep wordt gedaan.
     
                            — Spirituele val —
    
Natuurlijk was ik mij ook bewust van de valkuilen van de geest, het sluipende opportunisme waarmee zelfs de rede voor geraffineerde doeleinden kan worden ingezet. Maar dat verontrustte mij niet in het minst, want zoals waarheid nimmer als ding valt te duiden, omdat zij moment is en zonder begin of einde, zo geldt dat ook voor wat ernaar verwijst. Door de rede te misbruiken is degene die misbruikt direct al redeloos. Maar zelfs dan blijft de rede steeds aanwezig als een constante beschikbaarheid om alsnog het wezenlijke te onthullen.

1

Tot mijn gestaag toenemende afgrijzen bleek dat blinde vertrouwen in de rede als richtlijn, als noordster voor wie verdwaald is, gebaseerd op een nogal naïeve aanname. Een overtuiging zo diep geworteld dat simpele kennisneming onvoldoende bleek. Verbazing over die wankele rede is er nog steeds. Hoeveel woorden mensen niet uitspreken zonder elkaar te horen! Woorden die het ene zeggen, terwijl ze het andere bedoelen...
    
Soms lijkt het geen verschil te maken met hoeveel vernuft, met hoeveel analyse, onderbouwing of vurige intentie woorden zijn uitgesproken om de ander dat ene punt duidelijk te maken.
   
              — Begrip: begrijpen of medeleven? —
   
Neem een woord als 'begrip'. De één doelt ermee op het begrijpen van een situatie, terwijl de ander hieronder een mate van persoonlijk medeleven en ondersteuning verstaat. De één reageert op de inhoud, de ander op de manier waarop het gebracht wordt. De onderlaag van de intentie lijkt soms belangrijker dan de gesproken inhoud. Mensen weten vaak zelf niet wat ze beogen, maar grijpen iets aan om er iets anders mee te bereiken, bijvoorbeeld erkenning of ... meer of minder bewust... dominantie. De focus op iets anders dan wat letterlijk besproken wordt maakt goed luisteren, of goed begrepen worden, onmogelijk.

    
                  — De collectieve overtuiging —
    
Wat in kleine kring zo moeilijk blijkt, hoe onmogelijk moet dat wel niet zijn als er collectieve overtuigingen in het geding zijn? Als één persoon al niet luistert, hoe krijgt men van zovelen dan een oor?
Als overtuigingen zo beslissend zijn bij het vermogen tot luisteren, waarom zou men dat oor dan niet rijp maken door eerst de overtuigingen te beïnvloeden, bijvoorbeeld door in te spelen op collectieve angsten, hebzucht of pure onwetendheid? Allemaal vragen en overwegingen die de kwetsbaarheid van de rede benadrukken.
Het bespelen van overtuigingen om een collectief gehoor rijp te maken voor anders lastig te verkopen boodschappen is een bekend onderdeel van propaganda. De resultaten kunnen verbluffend zijn, zonder dat velen het door zullen hebben. Maar het is oneerlijk. Met waarheid of waarheidsvinding heeft het niets van doen. Propaganda is meer dan het mooi uitdossen van de etalage. Met valse schijn dient zij een geïsoleerd belang, waarbij mensen hun eigen zaak voor dat van anderen laten gaan.
   
       — Het geweld van de aanzwellende stroom —
    
Het collectieve gehoor is als een stroom van overtuigingen die elkaar van galm voorzien. Wie er tegenin gaat is al snel een radicaal. De macht van de meerderheid overstemt elke vrije uitwisseling van gedachten, zodra tenminste de rede in het gedrang komt, zoals bij het veroordelen van boodschappers van het slechte nieuws. Een omgekeerde situatie van toen de macht nog in handen was van enkelingen, toen het afwegen van divers gedachtengoed evenmin mogelijk was.
De rede staat machteloos zonder het vermogen tot luisteren, of de macht nu is aan een minderheid of aan een zogenaamde meerderheid.

DE ONMACHT VAN DE REDE

Zowel waarheid als de rede die ernaar verwijst zijn onbewijsbaar, in de zin dat wat men waarheid of rede noemt niet substantieel is. Zelfs wetenschap steunt op grondstellingen die slechts aanvaard en niet bewezen kunnen worden. Elk fenomeen dat zijn geheimen na het nodige wetenschappelijk onderzoek heeft moeten prijsgeven, is slechts voorzien van een theoretische spiegel van de werkelijkheid. De werkelijkheid herschept zich telkens, maar blijft zelf ongrijpbaar. Men noemt een goed redenaar iemand die met talent zijn woorden kiest. Maar de rede zelf is een vormgevoel, een prikkel, of liever, een toestand van de geest van waaruit woorden hun weg naar waarheid proberen te vinden. Een onvoltooid streven naar bewustwording van iets waarvan men denkt dat één verklaring de te duiden werkelijkheid het best benadert. Waarheidsvinding is vooral een kwestie van intentie. De wil om te kennen en te zijn.
En dat terwijl de 'samengestelde waarheid' waarmee men doorgaans het gelijk hoopt aan te tonen, alleen door aanpassing en strategie kan worden bekrachtigd. Hoe valt bij die puzzel de oorspronkelijke intentie intact te houden?
     
   9/11
: schoolvoorbeeld van massamanipulatie —
    
De gebeurtenissen op 11 september brachten mij uiteindelijk op de 'Onmacht van de Rede'. Het doorprikken van de aanvalslezing, die met zoveel succes in het collectieve geheugen van een groot deel van de mensheid werd gegrift, is niet nodig aan de hand van een enkel voorbeeld. De hoeveelheid argumenten en bewijzen ervoor is eindeloos, van welke kant men het onderwerp ook beschouwt.
     
Reden dat het doorprikken van valse beeldvorming en manipulatie niet op grote schaal heeft plaatsgevonden is dat de beschikbare informatie nooit via het mainstream circuit is verspreid.
In het jargon van de Amerikaanse regering waren kritische vragen niet alleen onpatriotisch, de gedachte eraan was verwerpelijk en zelfs gevaarlijk. De daders van 9/11 staan symbool voor vernietiging en angst, zodat demonisering simpel was. Grote adverteerders en een aanzienlijk deel van het Amerikaanse
publiek werden bij de minst kritische vragen al op de kast gejaagd en reageerden getergd. Zelfs gevierde columnisten als William Safire van de New York Times sloegen, geheel in harmonie met de oorlogsretoriek van het Witte Huis, de oorlogstrom.
Regeringsofficials en beleidsmakers deden er graag een schepje bovenop. Hun uitspraken werden door nieuwsredacties dan ook 'betrouwbaarder' (lees: veiliger) geacht dan kanttekeningen van menige deskundige in het veld.
    
                  — Overheidsmanipulatie —
    
Voorbeelden van manipulatie zijn er legio. De aanvankelijke onwil en tegenwerking van de Amerikaanse regering om naar de gebeurtenissen van 9/11 een grondig onderzoek in te stellen vormt slechts een fractie van wat mensenmassa's zich via de
corporate media hebben laten onthouden. De latere weigering van Bush en Cheney om lastige vragen onder ede te beantwoorden en alleen in het bijzijn van

2

elkaar, zonder transcript en achter gesloten deuren, heeft de grote nieuwskanalen nauwelijks bereikt.
Zie hiervoor de filmdocumentaire Press for Truth
     
H
et handjevol verdachten dat sinds de gebeurtenissen op 9/11 is overgebleven heeft slechts bekend na marteling, zodat tijdens aankomende processen een juridische patstelling zal gaan ontstaan over de betrouwbaarheid van die verklaringen. Overvloedig bewijsmateriaal in de vorm van aanvalsschade aan gebouwen is direct na 9/11 vernietigd. Tachtig procent van het staal is verscheept naar verre oorden. Een brandexpert verklaarde: "Het gebrek aan wezenlijke hoeveelheden staal voor onderzoek maakt het moeilijk, zo niet onmogelijk, om een definitieve verklaring op te stellen over de specifieke oorzaken en chronologie van de instorting."
   
  Plaatsen delict betreden, bewijsmateriaal geruimd —
     
Ook het Pentagonterrein werd direct ontruimd en de sporen gewist. Vliegtuigwrakken in enige representatieve staat of hoeveelheid werden niet gevonden, ook niet op de plek waar een vliegtuig door passagiers zou zijn overmeesterd en neergestort. Serienummers van gevonden vluchtdatarecorders of vliegtuigonderdelen werden niet vrijgegeven.

Bush ratificeert de zogenaamde "Torture Bill", de Military Commissions Act of 2006, tijdens een plechtigheid op 17 oktober 2006Leidende machten in de wereld zijn sindsdien nieuwe richtingen opgeslagen. Oorlogen zijn begonnen. Veel restrictieve wetgeving is door parlementen aanvaard om, indien nodig, direct te kunnen worden toegepast. De regering Bush heeft zich sinds november 2006 door eigen congres imuun weten te verklaren voor eventuele misdrijven tegen de menselijkheid, met terugwerkende kracht tot 11 september 2001.

    
 
Kritiekloos napraten van grote persbureau's heet nu 'objectieve verslaggeving' —


Zoveel aanwijzingen en zoveel feiten die onbeantwoord zijn. En toch weigeren (op het vrijheidsbeginsel gestoelde) westerse regeringen en hun controlerende parlementen nog steeds om een proces tot waarheidsvinding in gang te zetten (
met uitzondering van Japan). Ja, zelfs om openlijk kennis te nemen van de goed omschreven feiten. Nieuwsmedia verzaken hun controlerende taak met het kritiekloos doorlaten van nieuwsstromen, zonder daarbij eigen standpunten in te nemen. Dat heet 'objectieve verslaggeving'.
Afwijkende standpunten, zelfs harde argumenten en bewijzen, vallen al snel onder het domein van de opinie. Onwelgevallige boodschappers worden radicaal genoemd of complotdenkers.

Waar is de rede en hoe vinden we haar terug? Hoe herscheppen we de voorwaarden waarin de rede opnieuw tot leven komt? De rede van enkelingen kan krachtig zijn, maar zonder ruime weerklank blijven dat geïsoleerde vlammen zonder haard.
    
Mijn harde les was de onjuiste en wellicht naïeve overtuiging dat de waarheidsminnende rede zichzelf genereert, alsof het een ding van zichzelf is. Iets dat als een laser kan worden geprojecteerd om zich vervolgens uit te breiden. Dat blijkt uitdrukkelijk niet het geval. Met een blind vertrouwen op de rede veronderstelde ik dat ieder daarmee te overtuigen was. Maar dat blindheid altijd tot teleurstelling leidt geldt natuurlijk ook met toepassing op de rede zelf.

    
               Politieke verantwoordelijkheid —
    
Als instrument om de ondefinieerbare werkelijkheid en de interpreteerbare wereld van vorm met elkaar te verbinden, heeft de rede harde garanties nodig. Op collectieve schaal moet eerst de vrijheid van discussie op het hoogste podium van besluitvorming verzekerd zijn, daar waar mensen zich vertegenwoordigd weten. Dat is de plek waar de volksvertegenwoordiging zetelt, het parlement.
Volksvertegenwoordigers moeten de regering controleren zoals dit systeem principieel bedoeld is, op persoonlijke titel en met gewetensvolle afweging. Wat nu gebeurt is dat een meerderheid van het parlement (de coalitiepartijen) met de regering onder één hoedje speelt. Bindende afspraken over tal van onderwerpen en beleidsterreinen worden al tijdens besprekingen in de formatie beklonken.
      
Hoe kan men de kiezer nog recht in de ogen kijken, wanneer het grondprincipe van elkaar controlerende machten zo wordt afzwakt dat partijbelang domineert boven de morele afweging van afzonderlijke leden van de volksvertegenwoordiging? Wie draagt dan nog werkelijke verantwoordelijkheid of staat ergens voor?
  
Gewetensvolle afweging boven concensusdenken —
    
W
anneer beleidsmakers op het hoogste politieke podium niet langer representatief zijn voor wat in een samenleving leeft, ontstaat in die samenleving onrust en wantrouwen. Niet de getalsmeerderheid van de Kamer, maar de meerderheid in de coalitie bepaalt nu de effectieve ruimte voor het debat. Belangrijke en vooral omstreden beslissingen worden afgedwongen in de achterkamers waar partijpolitieke strategen de dienst uitmaken. Moeilijk bespreekbare zaken waartoe het partijstrategische concensusdenken aanleiding geeft, helpen vervolgens iedere populist om te scoren met wantrouwen en politiek taboe.
Denk bijvoorbeeld aan de kwestie Irak, die in de Islamitische wereld al zoveel haat en onrust heeft veroorzaakt. Zolang dit soort discussie niet op het scherp van de snede in de Kamer kan worden gevoerd, kunnen populisten inspelen op onwetendheid en onvrede, die ontstaat doordat groepen mensen onvoldoende zijn geïnformeerd en zich daarbij slecht vertegenwoordigd of ronduit gepasseerd voelen.

3

Het eerste werkelijk kritische bericht over 9/11 in een Nederlands mainstream dagblad, bereikte mij tijdens dit schrijven. DE PERS


Begin hier...! met het feitenonderzoek

Verlang van nieuwsmedia en politiek antwoorden op de vele vragen

Terug naar begin
TOP

Overzicht